In welke situatie bevinden we ons nu eigenlijk?


In 2019 werd in artikel 17 van het gerechtelijk wetboek een bijkomende nieuwe bepaling opgenomen. Voortaan hadden de verenigingen die de mensenrechten verdedigen de mogelijkheid om in het collectief belang een proces te voeren ter verdediging van deze rechten. In het collectief belang, niet in hun eigen belang. Wie procedeert doet dat normaal in zijn eigen belang. Niet in het collectief belang. Alleen de arresten van de raad van state hebben algemene gelding.


Maar voor de mensenrechten maakte de wetgever een uitzondering. Daarvan heeft de Liga voor de Mensenrechten gebruik gemaakt en op 31 maart 2021 een beschikking in kortgeding bekomen. Deze beschikking bepaalt dat de coronamaatregelen “buiten toepassing worden verklaard”. Niet binnen een termijn van 30 dagen, maar zonder tijdsbepaling dus vanaf de uitspraak. De regering krijgt wel 30 dagen om aan deze onwettigheid een einde te maken, op straffe van een dwangsom die vanaf dan vervalt. Wat noodzakelijk impliceert dat de onwettigheid al vanaf 31 maart bestond.


De reactie van de regering op deze rechterlijke beslissing zet de hele rechtsorde op zijn kop. De regering gedraagt zich als een deloyale procespartij en gaat op zoek naar mogelijkheden om de uitwerking van de beslissing te vermijden. De oplossing wordt gevonden in de theorie dat de beschikking niet geldt ten aanzien van iedereen, maar enkel tussen de partijen.


Deze theorie, die geldt voor vonnissen inzake private belangen, zorgt ervoor dat een vonnis niet kan ingeroepen worden door iemand anders. Wat betekent dat bijvoorbeeld als de 500 burgers die tegen de maatregelen procederen winnen, de maatregelen worden opgeheven enkel voor hen en niet voor de rest. De maatregelen blijven dus voor de rest van de samenleving bestaan.

De regering – en trouwens ook de Liga – gaan ervan uit dat ook voor de beschikking van 31 maart dat het geval zou zijn. De buiten toepassing verklaring van de maatregelen zou enkel gelden inter partes, tussen de partijen. Met name tussen de staat en de Liga. Een bizarre redenering want dat zou betekenen dat de Liga niet meer gebonden is door de maatregelen, maar de rest van de samenleving wel.


Bizar omdat “Ecartons d’application …” (wij stellen buiten toepassing) dan eigenlijk zou betekenen “Wij stellen niet buiten toepassing …” voor de collectiviteit. De gehele samenleving. Het omgekeerde van wat er staat.


Op zich is het al problematisch dat een ernstige overheid in een democratische samenleving geconfronteerd met een degelijk vonnis, dit vonnis naast zich neerlegt. Als een dergelijk vonnis voor één persoon geldt, dan zal een behoorlijke overheid consequent voor al zijn burgers vaststellen en erkennen dat er zich een illegaliteit voordoet. Dat geldt des te meer wanneer de eisende partij in het geding de Liga voor de Mensenrechten is. Een normale goed wekende democratische overheid zal niet worden veroordeeld op verzoek van de Liga voor de Mensenrechten.


Welke zichzelf respecterende rechtsstaat permitteert het zich om eerst veroordeeld te worden op verzoek van de Liga voor de Mensenrechten, en dan de voeten te vegen aan dit vonnis. En dat op grond van de bewering dat dit vonnis wel geldt ten aanzien van de Liga, maar niet ten aanzien van de mensen zelf.

De recente wetswijziging van art. 17 is met de theorie van de regering al helemaal niet in overeenstemming te brengen. Immers wordt de beschikking verleend precies in het belang van de collectiviteit. Het is daarvoor dat de Liga procedeert. Niet om zelf de maatregelen niet meer te moeten volgen. De maatregelen buiten toepassing verklaren geldt dus voor de collectiviteit. En niet alleen voor de Liga.


De bewering dat de maatregelen buiten toepassing zijn als de regering niet binnen de 30 dagen de onwettigheid wegneemt, is ook al niet in overeenstemming met de tekst van de beschikking. De regering heeft 30 dagen maximum om actie te ondernemen met als enig bijkomend gevolgd dat bij gebreke daaraan de dwangsom loopt.


De bewering dat de regering aan de voorwaarde heeft voldaan om de maatregelen niet weg te doen vallen door een wetsontwerp neer te leggen, is al evenmin waar want dit stelt geen einde aan de onwettelijkheid. Een wetsontwerp is immers nog geen wet.


De regering gedraagt zich dus niet als de hoeder van de democratische rechtsstaat maar probeert met leugenachtige trucs te ontsnappen aan de gevolgen van de beschikking van 31 maart. Voor het “hoger doel”, de zogenaamde bestrijding van een virus.


En zo komt het dat deze regering erin slaagt om een beschikking waarin staat: “Stellen buiten werking …” te lezen als “Stellen niet buiten werking …”. Precies het omgekeerde van wat er staat.

Hoe moeten de mensen nog geloven in de rechtsstaat en in de vonnissen van de rechters, als de regering het omgekeerde leest van wat er in staat? Hoe kan er rechtszekerheid zijn in een land waar de illegaliteit wordt gekoesterd door de overheid?

Maar wat moet u daar nu praktisch mee?


Als de staat gewoon doorgaat met vervolging, dan zal uiteindelijk telkens een rechter moeten oordelen of deze vervolging nog mogelijk is. Boven het argument dat de maatregelen onwettig zijn, is er nu ook het argument dat zij buiten toepassing zijn verklaard in een beschikking in het belang van de collectiviteit. Vanaf 31.3.2021, en geen 30 dagen later. En dat minstens tot er een pandemiewet zal zijn of het hof de beschikking zal intrekken.

U zal dus uw verweer moeten voeren.


Wat vaststaat is dat er steeds meer argumenten zijn die de stelling ondersteunen dat de maatregelen geen wettige grond hebben. En dat de regering op dit ogenblik in de illegaliteit handelt. Wat door een rechter is vastgesteld.

4,873 views90 comments

Recent Posts

See All