Wetenschap is dood als ze niet zoekend is


Wetenschap wordt gedreven door onwetendheid. Moesten we immers denken dat we alles al weten, dan zouden we stoppen met zoeken. Het is net omdat een wetenschapper weet dat hij iets nog niet weet, dat hij hypothesen formuleert en theorieën ontwikkelt. In de hoop dat hij in de eerste plaats een hoop peers vindt die geloven dat zijn veronderstellingen kloppen. Eenmaal de wetenschapper antwoorden vindt, moeten anderen valideren dat het antwoord klopt. Wetenschap is dus niet enkel weten-schap, maar ook onweten-schap.


Al-weten-schap

Het zijn meestal mensen die wetenschap van buitenaf volgen, die zich de pretentie aanmeten van een al-weten-schap. Zij bevatten moeilijk dat de wetenschap niet op alles een antwoord heeft. Zij hebben het er moeilijk mee dat wetenschappers een weliswaar wetenschappelijke, waarschijnlijke hypothese opbouwen, maar die dan na enig proberen moeten corrigeren.


Dit is geen veronderstelling, maar een feit. Kijk maar naar hoe op wetenschappers wordt neergekeken die zich in het coronadebat gaandeweg moeten corrigeren: mondmaskers hebben geen nut verandert op weken tijd naar mondmaskers voor iedereen. Het is niet opmerkelijk dat niet-wetenschappers er het moeilijk mee hebben. Des te opmerkelijker dat wetenschappers elkaar aanvallen op die on-weten-schap en voortschrijdend inzicht, hoewel het intrinsiek deel uitmaakt van een wetenschap.


Mensen, en zeker wetenschappers, die vasthouden aan hun wetenschap als dogma, rijden zichzelf en de wetenschap klem. Wetenschap werkt met voortschrijdend inzicht. Er zijn voorbeelden genoeg van wetenschappers die ooit een wetenschappelijke stelling poneerden en die (lange) tijd later werden gecorrigeerd door nieuwe wetenschap. Niemand die daarom de wetenschap van vandaag verfoeit, omdat de wetenschap van gisteren er al eens naast zat.


Geloof zoekt ook antwoorden

Ik doe die vaststellingen niet zomaar. Als gelovige christen herken ik dit patroon. Geloof wordt algemeen aangevallen op haar dogma’s en vooral op de pretentie van overal een antwoord op te hebben. Eerlijk gezegd, die aanvallen zijn terecht. Ik vind dat de wetenschappelijke methode om te zoeken naar meer waarheid dezelfde methode zou moeten zijn binnen een geloof.


Veel religies hebben zich in het verleden — en nu nog — klem gereden om hun eigen on-weten-schap. De dingen die niet geweten zijn, worden best opgevuld met de meest waarschijnlijke hypotheses en niet met dooddoeners zoals ‘het behoort tot het mysterie van het geloof’. Mysteries zijn er zeker, maar een mysterie is net zoals in wetenschap een vraag waarop het antwoord (nog) niet op gevonden is.


Een geloof dat zich vastrijdt op een dogma dat er geen vragen mogen gesteld worden, is een blind geloof. Blindheid in geloof (én wetenschap) is een ware handicap. Als een religie geen evolutie kent, is ze evenzeer ten dode opgeschreven als de natuur die geen wet van Darwin zou kennen. Evolutie is een zoektocht naar meer en beter. Een zoektocht die net zoals in wetenschap een intrinsiek deel moet uitmaken van het geloof.

De ergste aanvallen op geloof — van binnenuit of extern — komen meestal van mensen die niet aanvaarden dat geloof ook niet op alles een antwoord heeft. Wie niet aanvaardt dat God eigenlijk een zoektocht heeft gecreëerd, miskent de schepping en bijgevolg tevens het schitterende van de wetenschap en de mogelijkheid van de mens om aan wetenschap te doen.


Een eeuwige zoektocht

Als christen horen we vaak dat we nederig moeten zijn. Dat moeten we zeker toepassen in ons geloof. Een simpele logische deductie gaat mijn inziens als volgt. Als je gelooft dat er een alwetend opperwezen is die de échte wetenschap heeft — in de zin dat hij alles snapt —, dan kan je niet anders dan vaststellen dat het maar normaal is dat wij het niet allemaal snappen. Geloven betekent automatisch aanvaarden dat we nog moeten zoeken naar antwoorden.

Er zijn veel wetenschappers die vanuit hun wetenschappelijk principe erkennen dat er meer kan zijn. In principe zijn we allemaal een stuk agnost. We weten het niet zeker, niet in wetenschap en niet in geloof. We ontrafelen de codering van een eiwit, maar pas sinds vorige maand heeft de artificial intelligence van Google met een probaliteitsscore van 90 procent een antwoord gegeven op het vouwprobleem van eiwitten. Een veronderstelling door een machine van 90% is wetenschap. Moeten we ons dan geloof ontzeggen omdat het niet altijd 100% is?


Wetenschappers die geloofden dat ze doelbewust mRNA konden coderen om ons immuunsysteem te programmeren, hebben op basis van dat geloof er voor gezorgd dat we nu vaccins hebben tegen covid-19. Nu speelt het succes van de groepsimmuniteit vooral rond het feit dat genoeg vertrouwen en geloof moeten hebben in de werking van het vaccin.


Hand in hand

Wetenschap en geloof gaan veel meer hand in hand dan velen nog willen toegeven. Spijtig genoeg is dat vaak de schuld van religies die hun eigen kunnen overschat hebben, en dat nog steeds doen.


Waar een religie vandaag niet openstaat naar een queeste voor meer waarheid en meer inzichten, waar ze de pretentie heeft alle antwoorden al te hebben in eender welke geschriften, daar zit ze op een dood spoor. Dan is ze even gevaarlijk als wetenschap kan zijn in de verkeerde handen.


Als sommigen dan beweren dat religie dood is door het gebrek aan armoede, hebben ze deels gelijk. Wereldlijke welvaart is vaak het gevolg van wetenschappelijke vooruitgang. Dat heeft velen de pretentie gegeven te geloven (sic) in een al-wetenschap die niet bestaat. Dat geloof bewijst vandaag evenzeer gevaarlijk te zijn als een niet-lerend geloof. De armoede die geloof bij velen heeft gedoofd, is de armoede aan intellectuele honger naar meer kennis. Dezelfde armoede in de drang naar waarheid blijkt vandaag even gevaarlijk voor wetenschap en maatschappij in al haar vormen.


De mens bestaat om kennis op te doen. Wetenschap en vooruitgang (en geloof) zijn pas dood als iedereen zegt dat er niet meer moet gezocht worden naar meer waarheid.


___

tekst: David Geens, De Doorbraak





2,315 views11 comments

Recent Posts

See All